Henri Heikkinen

Iltalehti vandaag (14.5.): “Vergeet Finse noise cancelling koptelefoons, hier is een beter alternatief".

Die andere koptelefoon is vast uitstekend. Maar aangezien praktisch de enige Finse fabrikant in deze categorie Valco is, kwam die kop bovenin toch een beetje binnen.

Niet op zo'n verheven manier dat ik naar een meer stond te staren en Eino Leino begon te citeren. Meer op z'n Kainuusiaans: ik staarde in mijn koffiekop en dacht, godverdomme, zal ik anders naar Estland verhuizen.

Niet omdat een journalist ons zou moeten ophemelen. Hoeft niet. Als het product ruk is, mag je zeggen dat het product ruk is. Als de ondernemer een idioot is, mag dat ook best gezegd worden. Toen ik voor het eerst vertelde dat we ons eigen koptelefoonmodel gingen ontwerpen en verkopen, noemde een vriend me gek. De rij begint dus bij Pasi. Eerlijk is eerlijk: hij had niet helemaal ongelijk.

We concurreren met Sony, Apple, Samsung en Bose. Daar hebben ze juridische afdelingen, wolkenkrabbers en werkgroepen waarvan de enige taak is beslissen hoe het geritsel van verpakkingsplastic in een video moet klinken. Alleen de omzet van Apple is al groter dan het bbp van Finland.

Wij zijn met zo'n 20 man, partners niet meegerekend. We ontwerpen, verkopen en repareren koptelefoons in Finland.

En toch draaien wij mafkezen op de kleine Finse markt gewoon mee in de kopgroep. Onze producten worden vergeleken met modellen die twee keer zo duur zijn en de klanttevredenheid ziet er zo goed uit dat, als klanten ons geen foto's zouden sturen waarop het Valco-logo op hun onderarm is getatoeëerd, we het zelf ook niet zouden geloven. We zijn niet perfect, maar we verdwijnen ook niet meteen in de cloud zodra een klant een probleem heeft.

Met hetzelfde marktaandeel wereldwijd zou Valco meer dan een miljard omzet draaien. In de praktijk met een budget van nul en een paar koptelefoonmodellen. 

Op dit punt zou een verstandig mens ergens in de wereld financiering ophalen en het stof van Finland van zijn schoenen kloppen.

Maar dat willen we dus niet.

Wij willen een fabriek bouwen in de rimboe van Puolanka. Producten van wereldklasse maken in Finland en Europa. Niet voor de beurs, niet voor investeerders, niet voor snel geld. Maar gewoon omdat we dat willen en daar trots op zijn.

De belastingen betalen we hier. Met onze bijdrage bouw je nog geen nieuw kinderziekenhuis, los je de pensioenbom niet op en red je ook niet de hele verzorgingsstaat. Maar je doet er wel iets mee. Misschien dichten we er één vorstkuil mee, kopen we regenbroeken voor een kinderdagverblijf of houden we ergens het koffiezetapparaat van een gezondheidscentrum in leven.

Als ik dit vertel, kijken mensen me aan alsof ik heb aangekondigd dat ik een onderzeeër van een aardappel ga bouwen. 

Soms voelt het alsof Finland een rare nationale refluxziekte heeft: zodra iemand hier iets onnodig ambitieus probeert, krijgt iedereen meteen zuurbranden.

In Finland moet je wel een idioot zijn om ondernemer te worden. Gelukkig zijn er nog een paar van ons.

Trouwens.

Iedereen kan succes hebben in Amerika. 

Maar hoeveel mensen zijn succesvol geweest in Kainuu?