Jasse hier weer, hallo hoor. Vorige zomer zat ik al te vloeken dat het toch wel raar is dat je geen goede reisluidspreker kunt vinden. Zo eentje die niet óf een onmogelijk plastic prutsding is en/of klinkt als zo’n brommobiel waarin de geluidsinstallatie is opgevoerd volgens de lessen van Yngwie Malmsteen: meer is meer! Met als eindresultaat een spugende bas die alles onder zich begraaft.

Oké, vooruit: dat was overdreven. Er zijn echt wel goeie knallers te koop, maar meestal zijn ze ook meteen verdomd duur. Daar hebben wij geen geld voor.

Dus gingen we aan de slag: bij allerlei makers van die knallers exemplaren bestellen om te testen, en kijken of we een goeie én betaalbare jongen op de markt kunnen zetten die qua prijs-kwaliteit die doorsnee tonnen—waar je er miljarden van hebt—helemaal zoek speelt.

En wat maakt dat ding dan precies geweldig?

Nou, om te beginnen: een vlakke frequentiekarakteristiek en bescheiden vervormingswaarden, zodat je helder geluid krijgt—voor muziek, maar net zo goed voor luisterpraat en luisterboeken.

We doen niet mee aan de wedstrijd “wie brult het hardst” en “wie heeft de meeste rapbas”, maar zetten alles op alles voor geluidskwaliteit.

Daarna moet dat ding makkelijk mee kunnen. Dus: hooguit zo groot en zo zwaar als een drinkfles van een halve liter.

En hij moet een Valco-midzomerfeest overleven. Dus bom- en waterbestendig.

En raad eens? Het is gelukt! En naast al het bovenstaande kan ’ie nog meer kunstjes: met stereoverbreding via een knop klinkt dit kleine ding ineens als een veel groter apparaat, en tovert het ook nog eens een behoorlijk stereobeeld tevoorschijn—zonder dat het zo’n kunststof-achtig effectgeluid wordt, zoals dat bij dit soort trucs meestal wél gebeurt.

En als het geluidsveld en het vermogen niet genoeg zijn voor een zwembadfeest, kun je er twee aan elkaar koppelen, en dan werken ze samen als een échte stereoset.

En muziek afspelen kan naast Bluetooth 5.0 ook gewoon ouderwets met een snoer—want in menig cassetterecorder zit toch geen andere uitgang—en natuurlijk kunnen de half-retrotypes hun muziekbestanden ook vanaf een geheugenkaart laten knallen.

En even voor de zeikerds: ja, er is bas. Die gaat zelfs verrassend diep, voor zo’n klein potje. Alleen is het geen alles-overdekkende diarree.

En ja, als het moet kan er ook zóveel geluid uit dat oma van de buren vanaf het einde van de straat komt vragen of hier die Tuomisjamppa zo prachtig zit te zingen. Alleen is dat niet de standaardstand van dat ding.

Kijk in de video hieronder voor een wat uitgebreidere voorstelling. Ze gaan in de verkoop zodra we ze van de fabriek op voorraad hebben. Met de hoofdtelefoons hadden wij ondernemers de bloeddruk al hoog genoeg toen klanten door corona moesten wachten, dus met vooruitverkoop beginnen we niet meer.

Het scheelde namelijk niet veel of de klanten waren met hooivorken en fakkels naar ons kantoor gekomen om tekeer te gaan.